De bankencrisis: hebben we ervan geleerd?

De bankencrisis: hebben we ervan geleerd?

Opinie | Wouter Bos, voormalig minister van Financiën, vraagt zich bijna tien jaar na het begin de financiële crisis af wat we ervan hebben geleerd.

Bijna acht jaar geleden, op 22 februari 2010, sloeg ik de deuren achter me dicht bij het ministerie van Financiën in Den Haag. Drie jaar lang was ik vooral bezig geweest met instortende of bijna instortende banken en economieën. Dat was niet wat ik verwachtte toen ik aantrad als minister.

Lehman Brothers viel een dag voor Prinsjesdag 2008. Daar stond ik met een Miljoenennota die in een heel andere tijd geschreven leek. Hectische jaren volgden. We wisten dat er bij elke beslissing die we namen veel op het spel stond. Maar wat er precies op het spel stond, en wat we nu precies moesten doen, dat wisten we niet. Wat we meemaakten was nog nooit eerder gebeurd, er was geen boek dat ik uit de boekenkast kon trekken om te zien wat ik moest doen, en niemand kon me dat overtuigend vertellen.

Gaandeweg de crisis hebben we ons een idee gevormd van wat er aan de hand was en hoe het kon gebeuren. Op mondiaal niveau gaat het dan over onevenwichtigheden in de wereldeconomie. Op systeemniveau gaat het over prikkels en regulering. Op het niveau van gedrag hebben we het over bankiers en bonussen. En op het meest fundamentele niveau hebben we het over onszelf.

DWDD
Ik herinner me dat ik eind 2008 of 2009 te gast was in De Wereld Draait Door. De presentator vroeg me wie de schuldige was van de crisis. Ik was het een beetje beu om weer een gesprek te hebben over graaiende bankiers en zo, en ik zei: dat zijn wij. Hij keek me aan en vroeg: ‘Wij?’

En ik zei, ja, want wij willen hoge pensioenen, wij willen een hoog rendement op onze besparingen, wij willen consumeren tegen lage prijzen, dus uiteindelijk willen wij dat de financiële sector zich misdraagt; wij vragen immers om een hoog rendement en wat dat met zich meebrengt weten we nu: steeds hogere risico’s.

In mijn twaalf jaar in de politiek heb ik waarschijnlijk nooit zoveel kritiek gekregen van het grote publiek. Het aantal reacties in de media was enorm. Hoe durfde ik niet de bankiers niet de schuld te geven, maar onszelf, nobele burgers?

De les van Robert Reich
Robert Reich heeft prachtige boeken geschreven over het fenomeen dat ik hier bedoel. Reich legt uit dat we burger zijn, én consument, én investeerder, én spaarder; en dat allemaal tegelijkertijd. Maar onze doelen en intenties in elk van deze rollen zijn anders. De burger in ons wil democratie, mensenrechten en fatsoenlijke werkomstandigheden. De consument wil lage prijzen en goedkope import. De belegger wil een hoog rendement. De pensioenspaarder wil een veilig en hoog pensioen. En dan laat Reich zijn bom vallen: de burger in ons verliest altijd. Uiteindelijk verliest de ziel die pleit voor moraliteit, tegen andere zielen die strijden voor hoge winst, lage prijzen en hoog rendement.

Het is een van de lessen die ik heb geleerd uit de crisis: de oorzaken ervan liggen heel diep, tot in de haarvaten van onze samenleving, ons economisch gedrag en onze moraliteit. Niet alleen de moraal van bankiers, maar evenzeer van ons allemaal, in onze rollen van consument, belegger of spaarder.

Kan het anders? Hebben we genoeg geleerd om de volgende crisis af te wenden?

Nóg een crisis nodig?
Ik zou hier twee dingen over willen zeggen. Ten eerste: dat zal heel moeilijk worden. Misschien heb je daarvoor nóg een goede crisis nodig. Ik zag het voor mijn ogen gebeuren. Toen ik namens Nederland tijdens het hoogtepunt van de bankencrisis G20-conferenties bijwoonde stonden er plotseling onderwerpen op de agenda die nooit eerder aan de orde waren geweest; ik zag landen samenwerken die elkaar eerder niet zagen staan; ik zag nieuwe regelgeving worden besproken die eerder ondenkbaar was; en ik zag beleidsmaatregelen die gericht waren op het déglobaliseren van financiële markten, terwijl we kort daarvoor allemaal nog heilig geloofden in het evangelie van globalisering en liberalisering, of althans ervan overtuigd waren dat globalisering niet te stoppen was en onomkeerbaar.

Deze periode duurde zes maanden, hooguit twaalf.

En toen was het voorbij. De crisis was voorbij. En die ongelooflijke G20-bijeenkomsten, waarin je soms het gevoel had dat hier een wereldregering aan het werk was, verloren al snel weer hun ambitie en kracht. Niet omdat onze beleidsagenda was afgewerkt, verre van dat. Maar de financiële sector was gered, de urgentie was verdwenen en iedereen ging weer gewoon aan het werk.

Nationale politiek is ongeschikt
Kunnen we het systeem veranderen zonder een goede crisis? Ik vraag het me af. Zeker is dat de nationale politiek daarvoor ongeschikt is, want die is niet in staat om invloed uit te oefenen op de mondiale marktdynamiek.

Misschien helpt hier een kleine zijstap naar de Turks-Amerikaanse econoom Dani Rodrik. Zijn trilemma beschrijft dat we drie ambities proberen te verzoenen die niet verzoend kunnen worden. We willen nationale soevereiniteit, we willen democratie én we willen profiteren van mondiale vrijhandel. Rodrik betoogt dat dat niet gaat; één van de drie wordt opgeofferd.

Rodrik zelf lost zijn trilemma steeds vaker op door te kiezen voor minder globalisering en meer democratie en soevereiniteit. Hij is daarin een inspirerende optimist: alles wat is geglobaliseerd kan ook worden ontglobaliseerd! Is dat zo?

Ontglobalisering is in ieder geval veel moeilijker dan globalisering. Nationale politici hebben internationale en multinationale spelers gecreëerd door grenzen op te heffen en markten te globaliseren. Ze hebben daarmee krachten laten ontstaan die sterker zijn dan zijzelf. Alleen als politiek en beleidsvorming op internationaal niveau plaatsvinden, kan politiek controle krijgen op het internationale bedrijfsleven.

Nationale soevereiniteit
Maar dat zou weer ten koste gaan van de nationale soevereiniteit of nationale democratie. Dus niet alleen gaat globalisering ten koste van nationale soevereiniteit en/of democratie, zoals Rodrik stelt, datzelfde geldt waarschijnlijk ook voor een actief beleid van ontglobalisering.

Rationeel gezien is een vorm van Europees bestuur de beste manier om vooruitgang te boeken. De onontkoombare consequentie daarvan is dat we (weer) wat nationale soevereiniteit en nationale democratie inleveren. Persoonlijk ben ik daarvoor, maar als ik nog politicus zou zijn zou ik ook huiverig zijn.

Europees-politiek gezien beschouw ik mezelf als een kind van 2005. Dat was het jaar waarin we de zogenaamde Europese grondwet bij referendum aan het volk voorlegden. Twee derde van het electoraat stemde tegen. Alle politici, van links naar rechts, reageerden op dezelfde manier: we moeten voorzichtiger zijn met het Europese project, anders lopen we het risico de publieke steun nog meer te verliezen. Dus vertraag de integratie, vertraag de uitbreiding, breek het lijntje niet.

Publieke steun fragieler
Maar wat er gebeurde was precies het tegenovergestelde. Als reactie op de crisis brachten de nationale regeringen nog meer macht over naar het niveau van de Unie. De juiste keuze in die situatie denk ik, maar volledig in tegenspraak met de boodschap van het referendum van 2005. Wellicht is ook een volgende stap op weg naar Europese integratie de juiste, maar het gevaar is dat de publieke steun voor ons Europese project dan nog fragieler wordt.

Je zou bijna concluderen dat het creëren van een nieuwe crisis een gemakkelijker manier is om dingen voor elkaar te krijgen. Maar dat is natuurlijk een route die ik niet zou durven aanbevelen…

Deze toespraak hield Wouter Bos op de Socires conferentie ‘The Finance-State-Society Triangle in Europe’ in het kader van het programma Finance and the Common Good, op 23 januari 2018 aan de Vrije Universiteit Amsterdam

Bron: FD
Foto: Guus Dubbelman/Hollandse Hoogte

Terug naar overzicht